Trampolinespringen verbetert zelfvertrouwen kinderen met lichamelijke beperking

Kinderen die sporten en bewegen, zitten vaak lekkerder in hun vel en hebben meer zelfvertrouwen. Hun gezondheid gaat erop vooruit en bovendien leren ze andere kinderen kennen. Maar een leuke sportclub in de buurt is niet altijd vanzelfsprekend voor kinderen met een beperking. In Amsterdam is er nu trampolinespringen voor kinderen en jongeren met overgewicht of een lichamelijke beperking. We nemen een kijkje bij een les en spreken met ouders, kinderen en de trainster.

Sport en spel voor meer zelfvertrouwen en meer spierkracht


Tanja van Hassel is vestigingsmanager van Trampolinepark Bounz® in Amsterdam-West. Deze club biedt sinds kort trampolinespring-lessen aan onder de naam Bounz® Unlimited. Dit is bedoeld voor kinderen tussen de 5 en 13 jaar met een lichamelijke beperking (zoals Cerebrale Parese (CP), Developmental Coördination disorder (DCD), obesitas, astma of diabetes) die zelfstandig kunnen lopen. De eerste serie lessen is in juni van start gegaan. Tanja vertelt: “We willen dat iedereen de kans krijgt om in zijn eigen buurt met plezier te bewegen. Dus ook kinderen met een lichamelijke beperking, die extra aandacht nodig hebben. Samen met revalidatie- en reumatologiecentrum Reade maakte Tanja een reeks leuke lessen waarin kinderen met motorische achterstand hun spierkracht, conditie en lenigheid verbeteren en leuke sportspellen met elkaar op de trampolines doen. We hopen dat ze hier profijt van hebben in hun dagelijks leven en dat ze meer zelfvertrouwen krijgen. Het gaat niet om presteren, maar om positief te benadrukken wat wel lukt en kan.

Meer over een les trampolinespringen


De kinderen beginnen met een warming up en gaan stretchen op de trampoline. De sfeer is ongedwongen en er staat een lekker muziekje op. Daarna doen ze oefeningen op hun eigen trampoline. Die oefeningen worden afgewisseld met spelletjes zoals een estafette of een toertje op de tumblingbaan, dat is een lange trampoline van dik 30 meter. Tanja vertelt: “Oefeningen zoals van links en rechts springen, doen we 30 seconden, maximaal een minuut, want die zijn behoorlijk intensief. Spelletjes kennen geen tijdslimiet. Ik pas de oefeningen aan op het niveau van het kind. Zo heb ik wel drie variaties op sommige oefeningen. Elk kind kan op zijn eigen niveau uitgedaagd worden en krijgt de individuele aandacht die het nodig heeft.” Behalve het individu, krijgt ook de groep als geheel veel aandacht. “De eerste les maken we kennis met elkaar. Ik zorg ervoor dat er niemand buiten boord valt en als er oneindigheid is, lossen we dat meteen samen op. Ook zorg ik voor voldoende rustmomenten en drinkpauzes, dat voorkomt chaos en zorgt ervoor dat ik de oefeningen duidelijk kan uitleggen. Als een kind het spannend vindt, mag een ouder ook bij de les blijven en kan zo nodig bijspringen.” De kosten van deze eerste reeks zijn bewust laag gehouden door een eenmalige subsidie van Grenzeloos actief, maar het is ook mogelijk om een jaarabonnement via Jeugdfonds sport bij Bounz® af te sluiten om lessen te volgen.

Goed contact met ouders


Tanja benadrukt het belang van een goede vertrouwensband met de ouders. “Ik heb voordat de lessen begonnen telefonisch contact gehad met de ouders over eventuele bijzonderheden. Ik maak regelmatig een praatje met ze en na de laatste les volgt een evaluatie. Een paar maanden na de laatste les, neem ik nogmaals telefonisch contact met de ouders op om te vragen hoe het met hun kind gaat en of de lessenreeks zijn vruchten heeft afgeworpen. Het zou ook mooi zijn als we er een vervolgtraject aan kunnen verbinden en de kinderen een nieuwe uitdaging kunnen aanbieden.”

Ervaringen van ouders en kinderen


Nazra van 13 is trots dat ze de tumblingbaan in 6 sprongen heeft gedaan. Tanja en haar collega moedigen de kinderen aan. De twee broers Kadim van 8 en Miran van 7 proberen hun record ook te verbreken. Dan is Momi van 8 aan de beurt. De kinderen tellen mee, terwijl hij al springend de baan aflegt. Joris van 8 springt met zichtbaar plezier op de trampoline: “Ik vind het opzij en naar voren en achter springen het leukste”, zegt hij. Ik wil dat mijn kind uitgedaagd wordt door haalbare doelen, niet door iets dat onmogelijk is. Joris heeft CP, zijn spieren werken onderling niet goed samen. De ouders van Joris vinden het belangrijkste dat Joris er plezier in heeft. “En dat het bijdraagt aan zijn motorische ontwikkeling”, zegt zijn vader. Joris springt ondertussen van de ene naar de andere trampoline. Zijn moeder vertelt dat er een groot verschil is met nu en de eerste les: “Toen had hij nauwelijks evenwicht, maar nu heeft hij door hoe het werkt. Joris doet er alles aan om niet te vallen, maar hij ervaart hier dat het veilig is en dat het geen drama is als hij valt. Zijn zelfvertrouwen is gegroeid. Hij durft meer risico te nemen en doet ook mee aan moeilijkere oefeningen.” Wat volgens zijn ouders ook goed werkt, is dat de groep kinderen divers is, met en zonder beperking, met motorische achterstand en met overgewicht. “Hij neemt een voorbeeld aan de andere kinderen”, zegt zijn moeder. Zijn vader vertelt dat Joris het ook leuk vindt om te voetballen. Zijn moeder vult aan: “Om hem bij een reguliere club aan te melden, is nog niet bij ons opgekomen. Dan wordt het al gauw een oneerlijke strijd en ik wil mijn kind beschermen en andere kinderen niet belasten. Ik wil dat hij uitgedaagd wordt door haalbare doelen, zoals hier, en niet door iets dat onmogelijk is.” De moeder van Nazra, Kadim en Miran vertelt dat haar middelste, Kadim, DCD heeft. Hij ligt wat achter in zijn motorische ontwikkeling. “Hij wordt begeleidt door Reade. Zo zijn we hier terecht gekomen. De oudste en jongste hebben overgewicht en die konden ook meedoen. Normaal zijn ze niet zo te porren, maar als ik zeg: ‘We gaan naar Bounz’, dan zijn ze meteen enthousiast.” Ze merkt dat het zelfvertrouwen van haar kinderen snel beschadigd wordt. Hier houden de trainers en de kinderen meer rekening met elkaar: “De trainers belonen de kinderen, geven ze complimenten - dat is goed voor hun zelfvertrouwen.” De moeder van Zelal van 10 en Momi van 8 beaamt dat. Haar dochter en zoon hebben overgewicht: “Ze gebruiken spieren die ze nooit hebben gebruikt en ze doen oefeningen die ze op de grond niet kunnen, maar op de trampoline wel.”

Blije, bezwete kinderen


De les is afgelopen. Blije bezwete kinderen drinken wat water. Als Tanja vertelt dat dit de laatste les is, roepen de kinderen “Waarom?! Komt er na de zomer weer een les?” De eerste pilot is succesvol afgerond. “Niet alleen wij, maar belangrijker nog: ouders en kinderen zijn enthousiast. De werving zal makkelijker gaan, omdat we nu echt een activiteit hebben neergezet en gebruik kunnen maken van mond-tot-mondreclame. We kunnen een product laten zien, dat meehelpt aan het vergroten van hun spierkracht, conditie en zelfvertrouwen!”, zegt Tanja. Miran drinkt nog een slok water en verzucht: “Ik hoop dat het door gaat na de zomervakantie…”

Meer weten?


Ben je benieuwd naar Bounz® Unlimited of naar Bounz® in het algemeen? Neem dan contact op met Tanja van Hassel of email jouw vraag naar Kenniscentrum Sport.

Auteurs


Babette Hagedoren






https://www.allesoversport.nl/artikel/trampolinespringen-verbetert-zelfvertrouwen-kinderen-met-lichamelijke-beperking/